LOWI-advies over publicatie Kourtit/Nijkamp schept verwarring over definitie plagiaat

Het College van Bestuur van de Vrije Universiteit is in een lastige positie gebracht door een advies van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). Dat advies lijkt haaks te staan op tot nu toe gangbare regels over plagiaat.

Een VU-commissie onder leiding van emeritus hoogleraar psychologie Pieter Drenth oordeelde dat sprake was van plagiaat in een artikel van Karima Kourtit, Peter Nijkamp, Evelien van Leeuwen en Frank Bruinsma. De auteurs hadden een fors aantal zinsneden overgenomen van andere wetenschappers, zonder aanhalingstekens en zonder verwijzingen naar de herkomst van die zinnen. Wel gaven de auteurs de gebruikte bronnen weer in een lijst aan het eind van het artikel. Kourtit en Nijkamp noemen dit een “collectief referentiesysteem”, dat was gehanteerd vanwege de leesbaarheid. In Trouw zei Nijkamp hierover op 12 maart 2015: “Zo’n artikel waarin steeds maar weer staat welke auteurs het hebben gezegd, dat is niet vol te houden.”

Het beroepsorgaan LOWI oordeelde anders over de zaak dan de commissie-Drenth: “De auteurs hebben niet willen pretenderen dat het om eigen tekst ging.” Het was geen plagiaat vond het LOWI en dus ook geen schending van wetenschappelijke integriteit. Dat het LOWI bij een advies rekening houdt met intenties, is nieuw; in de zaak-Sitskoorn had het LOWI in 2008 juist expliciet verklaard dat het er niet toe doet of iemand “de opzet of de bedoeling had de normen van wetenschappelijke integriteit te schenden met het plegen van plagiaat”. Uitgangspunt is of bronnen wel of niet correct zijn vermeld en daarvoor blijft een wetenschapper altijd verantwoordelijk, goede bedoelingen of niet. Het oordeel over Sitskoorn kwam tot stand onder voorzitterschap van Kees Schuyt, die zich nu had verschoond omdat hij begin 2014 in de NRC uitlatingen had gedaan over de zaak-Kourtit.

Probleem voor de VU is dat de nu door het LOWI goedgekeurde vorm van bronvermelding wordt afgewezen in het VU-onderwijs en in het reglement waarop de commissie-Drenth 2 zich mede baseerde. In de webcursus voor bronvermelding die de VU aanbiedt, staat bijvoorbeeld:

“Wat wordt als plagiaat beschouwd? 

Overduidelijke voorbeelden van plagiaat zijn:

  • Een werkstuk van iemand anders inleveren alsof het je eigen werk is. 
  • Korte of lange stukken tekst uit een bron kopiëren zonder de bron te vermelden. 

Maar ook het onderstaande wordt als plagiaat beschouwd: 

  • Andermans woorden of ideeën ‘lenen’ zonder bronverwijzing.  
  • Een paar veranderingen aanbrengen in een tekst (of grafiek of figuur) en doen alsof je het zelf bedacht hebt.  
  • ‘Vergeten’ om aanhalingstekens te plaatsen bij een letterlijk citaat. 
  • Wel een bronverwijzing geven, maar een onvolledige of incorrecte referentie geven zodat de bron niet te traceren is.  
  • Een bron en de referentie vermelden in je verslag, maar niet op alle plaatsen waar informatie uit de bron gebruikt is (dan wordt een deel van de overgenomen informatie gepresenteerd als eigen werk).  
  • Zoveel woorden of ideeën overnemen uit een bron dat dit het grootste deel van je verslag uitmaakt, geldt als plagiaat – zelfs als je wél naar de bron verwijst!”

Moet het CvB van de VU nu deze webcursus en andere interne richtlijnen laten aanpassen naar aanleiding van het LOWI-advies? Hoeven studenten en wetenschappers (aan de VU, maar ook aan andere universiteiten) voortaan geen aanhalingstekens meer te plaatsen bij letterlijke citaten?

Hoogleraar Erik Verhoef, afdelingshoofd van de afdeling Ruimtelijke Economie van Kourtit/Nijkamp, was verbaasd over het LOWI-advies. Hij had nog nooit gehoord van een “collectief referentiesysteem”, kon deze term met googelen ook niet vinden en vroeg zijn afdelingsgenoten daarom 13 maart 2015 per e-mail of zij hem wijzer konden maken op dit punt. Hij liet weten dat hij nu bij vragen over de aanvaardbaarheid van het collectief referentiesysteem geneigd was om te antwoorden, dat “we would consider it undesirable in works of both colleagues and students”. Met andere woorden: toch maar aanhalingstekens blijven zetten. Verhoef liet zijn collega’s weten dat hij altijd tot discussie bereid was, mocht hij het verkeerd zien.

Enkele maanden geleden publiceerde het LOWI ook al een verwarrend advies over een plagiaatklacht tegen een UvA-hoogleraar. De klaagster, een UvA-docente, vond dit advies zo onbevredigend dat zij het heeft voorgelegd aan de Nationale Ombudsman (oordeel nog niet bekend). Zij vreest dat dit eerdere LOWI-advies tot een onwerkbare situatie leidt aan haar universiteit, met name in het onderwijs aan studenten.

Twee op plagiaat betrapte UvA-studenten hebben dat LOWI-advies aangegrepen om bij de Commissie van Beroep voor de Examens bezwaar aan te tekenen tegen de sanctie die aan hen is opgelegd. Zij menen dat er sprake is van ongelijke behandeling. Ook dit advies kwam tot stand zonder voorzitter Schuyt, die zich in deze zaak eveneens had verschoond.

Een LOWI-advies is niet bindend. Een College van Bestuur kan het na kennisname terzijde schuiven en naar eigen inzicht een definitief besluit nemen over een integriteitszaak.

 

 

Geef een reactie