De flauwekul-hetze tegen Ad van Liempt

De flauwekul-hetze tegen Ad van Liempt

In Het Parool van afgelopen zaterdag publiceerde Frits Barend een aanklacht tegen Ad van Liempt. De Utrechtse journalist/historicus zou pronken met andermans veren. Theodor Holman schreef twee dagen later dat Van Liempt altijd een held van hem is geweest, maar dat hij door Barends artikel van zijn voetstuk is gevallen. Maar zijn Barends aantijgingen over Van Liempts jatwerk wel terecht? Nee, na kritische analyse blijft er weinig tot niets van over.

Wat draagt Barend aan over het vermeende jatwerk van Ad van Liempt? Zijn punten 1 en 8 gaan over een andere kwestie en hebben als belangrijkste functie om Van Liempt ongunstig te framen. Ze hebben betrekking op Van Liempts aanvankelijk lovende woorden over het boek Oorlogsouders van Isabel van Boetzelaer. Daar heeft Van Liempt al uitgebreid spijt over betuigd, nadat duidelijk werd dat Van Boetzelaers grootvader commandant van een Duits strafkamp was geweest en niet de verzetsman die in Oorlogsouders van hem is gemaakt. Van de herziene versie van dat boek heeft Van Liempt zich gedistantieerd.

Punt 2 lijkt gebaseerd op een correspondentie uit 2012 tussen tv-regiseur Bob Rooyens en Van Liempt, maar omdat Barend geen vindplaats noemt is dat niet met zekerheid te zeggen. Niet erg sterk om onduidelijk te zijn over eigen bronnen in een stuk dat andermans brongebruik aan de kaak wil stellen. Rooyens kritiek luidt dat Van Liempt in 2012 in een tv-programma een presenteer-wijze hanteerde die hij zelf in 1996 al had geïntroduceerd bij de Duitse tv. Er is geen reden om te twijfelen aan Van Liempts reactie dat hij onbekend was met dat Duitse programma van 16 jaar eerder. Rooyens beschimpt ook Van Liempts vermeende ijdelheid. Zelf is hij beslist niet ijdel blijkt uit de zeer beknopte biografie en de erelijst op zijn website. Dit punt heeft niets om het lijf.

Punt 3 gaat erover dat Van Liempts tv-programma De oorlog niet zo vernieuwend is als Van Liempt zou hebben doen voorkomen. Voorbeelden worden geput uit een recensie van historica Barbara Henkes in het vakblad BMGM, waarbij Barend van één voorbeeld over een documentaire waar Van Liempt niet naar verwijst, drie voorbeelden weet te maken. De recensie is vooral een kritische behandeling van Van Liempts historiografische benadering in een vakblad. Let wel: professionele historici volgen outsiders als Van Liempt met argusogen. Barend sleept er ook nog een aankondiging bij van het Verzetsmuseum, waarin de naam van Van Liempt helemaal niet wordt genoemd. Ook deze casus stelt niets voor.

Punt 4 gaat erover dat Van Liempt en zijn uitgever de indruk zouden hebben gewekt dat in Kopgeld terra incognita werd betreden. Hierbij baseert Barend zich op een citaat uit een recensie van Theo Gerritse in het AD. Van Liempt zou zijn voorgangers De Jong en Presser negeren. Maar wat schrijft Van Liempt in het ‘Woord vooraf’ van Kopgeld? “Hoe die laatste groep, de zogenaamde Colonne Henneicke, aangevuld met nog wat mensen eromheen, opereerde, is nooit eerder diepgaand onderzocht. De beschrijvers van de jodenvervolging in Nederland (Herzberg, De Jong, Presser, Moore) hebben er wel melding van gemaakt, maar zij bleven aan de oppervlakte.”

Ook suggereert het citaat van Gerritse dat Van Liempt verdonkeremaande dat Loe de Jong hem had verteld dat een opgepakte Jood 7,50 gulden opleverde. Maar dat vertelt Van Liempt nota bene zelf in zijn voorwoord: “In 1989 liet Loe de Jong mij, tijdens de voorbereidingen van de remake van de televisieserie De Bezetting, al eens een kwitantie zien waaruit bleek dat er voor gearresteerde joden premies waren geïnd.”

Ook punt 4 is kortom gebakken lucht.

Bij punt 5 trakteert Barend de lezer op citaten van sportschrijver Max Dohle. In welke context die zijn gedaan vermeldt hij niet. Eigen correspondentie met de auteur? De beweringen van Dohle behoeven in elk geval wederhoor bij Andere Tijden, maar dat heeft Barend niet gedaan. Het blijft daardoor een mistig verhaal over (vermeende) geschonden afspraken over de verschijningsdatum van een boek en het delen van informatie.

Punt 6 is een oude koe die Barend steeds uit de sloot blijft slepen. Hiermee begon Barends obsessie met Van Liempt. In 2012 zou Van Liempt in een lezing in Westerbork zonder bronvermelding hebben geciteerd uit een bijlage die Barend en Van Dorp in 1979 schreven voor Vrij Nederland. In feite citeerde Van Liempt echter uit interviews uit het programma Het spoor terug, waarvoor deels dezelfde personen waren geïnterviewd. Barends aantijgingen zijn al in 2012 overtuigend weerlegd door Marnix Koolhaas.

Punt 7 is een lange suggestieve uiteenzetting over het jubileumboek over het Rode Kruis dat Van Liempt schreef met Margot van Kooten. Historica Regina Grüter voelde zich gedupeerd omdat de aanvankelijk afspraak met het Rode Kruis was dat háár boek over de oorlogsgeschiedenis van het Rode Kruis eerder zou verschijnen dan het jubileumboek. De beslissing om dat om te draaien, is genomen door de directie van het Rode Kruis, niet door van Van Liempt. Wederhoor van Barend bij het Rode Kruis over de precieze toedracht zou op zijn plaats zijn geweest, maar dat heeft hij niet gedaan.

Punt 7 gaat ook over uitspraken van Van Liempt over het jubileumboek in de Tros Nieuwshow van 6 mei 2017, die hier online staat en waaruit zou blijken dat Van Liempt alle eer naar zich toetrekt. Het is leerzaam om alles eens precies na te lopen, om licht te werpen op Barends werkwijze. Zo beweert Barend dat Van Liempts co-auteur Margot van Kooten niet eens genoemd wordt. Dat gebeurt echter al na 30 seconden. En na 4 minuten refereert Van Liempt aan haar als hij zegt: “Onder onze handen begon het boek langzamerhand een soort monumentje voor het altruïsme te worden.” En na 8.23 minuten zegt hij: “We hebben dat zo goed mogelijk onderzocht.” Aan het slot van de uitzending wordt de naam van Van Kooten nogmaals genoemd.

Ook zou Van Liempt zich niet hebben gehouden aan de afspraak met Grüter om te verwijzen naar haar nog te verschijnen oorlogsboek, omdat hij dat niet meteen doet na de eerste vraag van de presentator over de oorlog. Maar hij vermeldt wel degelijk twee keer dat Grüters boek eraan zit te komen (op 10.52 en 13.40).

Van Liempt zegt dat Grüters boek bepaalde inzichten van het jubileumboek zal bevestigen, waarmee hij volgens Barends in feite zegt dat haar boek mosterd na de maaltijd is en dat hij, Ad Van Liempt, het allemaal al heeft opgeschreven. Het laatste stukje van Van Liempts zin, dat die oorlogsgeschiedenis “heftig” is, wat juist nieuwsgierig maakt naar Grüters boek, laat Barends weg. Het gaat dus om een kwaadaardige interpretatie van Van Liempts woorden.

Ook maakt Barends er een punt van dat Van Liempt zegt dat hij bij zijn onderzoek een verhaal heeft “ontdekt” over dwangarbeiders in Kampen, terwijl dat in 2003 al is beschreven in een biografie van Herman Broers (Barends noemt hem ‘Boers’) over internist Willem Kolff. Van Liempt en Van Kooten vermelden Broers’ boek gewoon bij de bronnen in het jubileumboek. Niets aan de hand dus. Ook dit laatste punt gaat helemaal nergens over.

En dus?

Dat Van Liempt het stuk van Barend ziet als een “poging tot karaktermoord” is volkomen begrijpelijk. Verbazingwekkend dat Het Parool zo’n zwak onderbouwde aanval heeft gepubliceerd. Misschien was de redactie geïmponeerd door de prominente namen van “kritische” meelezers en informanten die onder het stuk staan?



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *