Wegpiraat van Oranje

Ongeluk Bernhard

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Prins Bernhard maakte in 1937 een overdonderende entree in Nederland. Met zijn flair poetste hij het saaie imago van het Koninklijk Huis weg. De prins was gek op snelle auto’s en trapte het gaspedaal liefst zo diep mogelijk in. Het leven van zijn medepassagier, hofjager Willem Spek, werd verwoest toen de prins in 1937 met 160 km/uur op een vrachtwagen botste. De Wegpiraat van Oranje zag Spek na de oorlog niet meer staan.

Het lijkt wel een echo uit het verleden, die aanrijding tussen een Smart en een Audi op 18 oktober 2001 op de Leidsestraatweg te Den Haag bij Huis ten Bosch. Het is niet zomaar een aanrijding, want politie en justitie zien zich genoodzaakt om de bestuurster van de Audi onder een schuilnaam op te nemen in het proces-verbaal. Dit moet voorkomen dat nieuwsgierigen er via het computernetwerk een blik in werpen. De woordvoerster van het OM wil niet bevestigen dat de bestuurster onder de naam Leila van den Bosch geregistreerd staat.

Dat het om Máxima Zorreguieta gaat, de verloofde van prins Willem Alexander met wie hij een kleine drie maanden later zal gaan trouwen, is op dat moment allang bekend. Máxima, die geen gordel droeg, komt met de schrik vrij en heeft alleen wat rug- en nekklachten. De andere bestuurder, slager Gerrit Jan van der Bent, die eveneens geen gordel om had, komt er minder goed vanaf en breekt een been. Lees verder

Nieuwe akte in zaak-Kourtit/Nijkamp: wachten op een statement

Eerder dit jaar stelde ik op dit blog vast dat het College van Bestuur van de Vrije Universiteit in een lastig parket was beland door een aanvechtbaar advies van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). Dat advies leek haaks te staan op de gangbare regels voor plagiaat.

Een VU-commissie had geoordeeld dat sprake was van plagiaat in een artikel van Karima Kourtit, Peter Nijkamp, Evelien van Leeuwen en Frank Bruinsma. De auteurs hadden een fors aantal zinsneden overgenomen van andere wetenschappers, zonder aanhalingstekens en zonder verwijzingen naar de herkomst van die zinnen. Wel gaven de auteurs de gebruikte bronnen weer in een lijst aan het eind van het artikel. Kourtit en Nijkamp noemden dit een “collectief referentiesysteem”, dat was gehanteerd vanwege de leesbaarheid.

De Tilburgse hoogleraar Harrie Verbon veegde de vloer aan met het LOWI-advies, dat volgens hem in Nederland de weg vrijmaakte “voor het ongestraft plagiëren van andermans werk”.

Het College van Bestuur bleek ook moeite te hebben met het LOWI-advies en zocht een compromis. De VU zag af van de sanctie om het artikel te laten terugtrekken, maar besloot “de coauteurs te verzoeken om in een (door hen allen gezamenlijk dan wel individueel) ondertekend statement te verklaren dat zij in het vervolg geen gebruik meer zullen maken van een collectief referentiesysteem bij het verwijzen naar werk of gedachtengoed van anderen, maar dat zij hiertoe een methode zullen hanteren waaruit voor iedere lezer duidelijk is aan wie de tekst of het gedachtengoed toebehoort”.

De termijn waarbinnen het bestuur dit statement had moeten ontvangen is intussen verstreken. De auteurs Bruinsma en Van Leeuwen hebben laten weten dat zij een collectief referentiesysteem afkeuren. Zij hadden zich eerder ook neergelegd bij het aanvankelijke oordeel van de VU-commissie en hadden zich niet gevoegd in het beroep van Kourtit en Nijkamp bij het LOWI.

Hebben Kourtit en Nijkamp het statement ook ondertekend? Op die vraag komt desgevraagd geen antwoord. Een woordvoerder van de VU laat weten: “Niet alle co-auteurs hebben aan dit verzoek voldaan. Omdat niet alle co-auteurs nog een aanstelling bij de VU hebben, zijn de mogelijkheden van de VU om hen aan het verzoek te laten voldoen, beperkt.”

Kourtit is tegenwoordig postdoc bij het Royal Institute of Technology (KTH) in Stockholm; Nijkamp is met pensioen.

Omstreden hoofdstukken in tweede proefschrift Kourtit

Is het ethisch om te promoveren op publicaties die nog worden onderzocht door een commissie wetenschappelijke integriteit vanwege mogelijke datamanipulatie? Kan een co-auteur van zulk omstreden onderzoek volgens de academische mores optreden als promotor? Moet kunnen, vinden de economen Karima Kourtit en Peter Nijkamp.

Kourtit is in juni 2015 aan de Adam Mickiewicz Universiteit in het Poolse Poznan cum laude gepromoveerd op een proefschrift met dezelfde titel als het proefschrift waarin een onderzoekscommissie van de VU eind 2013 plagiaat vaststelde: The new urban world. Kourtit promoveerde uiteindelijk in juni 2014 aan de VU op een sterk gewijzigd proefschrift, zónder beoogd promotor Peter Nijkamp, die op advies van de commissie het veld ruimde. In Poznan keerde Nijkamp echter terug als promotor, zo blijkt uit een beoordeling van het Poolse proefschrift door econoom Tadeusz Zipser. In dat Poolse proefschrift wordt Nijkamp aangeduid als “supervisor”.

Vergelijking van de vijftien hoofdstukken in de twee proefschriften maakt duidelijk dat twee ‘Poolse’ hoofdstukken identiek zijn aan hoofdstukken uit het afgekeurde proefschrift, en één vrijwel identiek (wel zijn alle data en tabellen volledig overgenomen). Deze drie hoofdstukken, alle met Nijkamp als co-auteur, zijn onderdeel van een klacht over vermeende datamanipulatie die een anonieme klager in juni 2014 indiende bij de VU. Hoofdstuk 5, 6 en 13 van het afgekeurde proefschrift zijn in het Poolse proefschrift opgenomen als hoofdstuk 6, 13 en 4.

Het is onbekend of Nijkamp en Kourtit de Polen hebben geïnformeerd over het integriteitsonderzoek naar de bewuste hoofdstukken aan de VU. De twee economen reageren niet op e-mails met vragen hierover. Ook betrokkenen in Polen (het afdelingshoofd, twee beoordelaars, de tweede promotor en de rector magnificus) reageren niet op vragen.

Voormalig VU-rector magnificus Frank van der Duyn Schouten voelt zich “niet tot actie geroepen, omdat de internationale aandacht die de casus van mevr. Kourtit heeft gekregen de stelling rechtvaardigt dat men aan de universiteit van Poznan wist waar men aan begon. Ik ben door mijn collega uit Polen overigens ook niet benaderd om hierover informatie te verstrekken.”

Nijkamp kreeg begin dit jaar een eredoctoraat aan de Adam Mickiewicz Universiteit.

Op de website van universiteitsweekblad Ad Valvas verscheen vandaag een vernietigende analyse van een vierde hoofdstuk uit het Poolse proefschrift (hoofdstuk 5).

 

 

Leidse hoogleraar Gill wil internationale discussie over zaak Kourtit/Nijkamp

De Leidse hoogleraar statistiek Richard Gill heeft vandaag op zijn website een Engelse vertaling gepubliceerd van de klacht van de anonieme klager in de slepende zaak rond de economen Karima Kourtit en Peter Nijkamp. In een verklaring op zijn site legt Gill uit waarom hij ruim een jaar geleden hielp om de Nederlandse versie van deze klacht in de openbaarheid te brengen.

“I agreed that it was in the public interest to disseminate this material also, since the whistleblower not only had wanted to publicise his analysis of various scientific publications, but also wanted to publicise the way his complaints had been handled at the Free University. I agreed that an academic discussion is badly needed about the right way to deal with problems like this, and the only way to have that discussion, is to be aware of what goes wrong in actual cases.”

Om de discussie ook internationaal te kunnen voeren startte Gill in maart van dit jaar een crowdfunding-actie om een Engelse vertaling te financieren.

Gill beklemtoont dat hij niet de mening van de klokkenluider wil uitdragen dat er datafraude heeft plaatsgevonden.

“i.e., the opinion that data has been manipulated (or even just made up) with the intention to deceive. In my experience, there can be many, many innocent explanations for such irregularities or anomalies, and of course the judgement that there is something wrong might even be based on misunderstandings. In other words, many apparent anomalies might not be anomalies at all. I think it is dangerous to base an accusation of fraud on one’s inability to come up with an innocent explanation for some weird anomalies. “Argument from ignorance” (argumentum ad ignorantiam), also known as appeal to ignorance (in which ignorance stands for “lack of evidence to the contrary”), is a well-known fallacy in informal logic, and also cause of quite a few famous miscarriages of justice!”

Gill maakt een onderscheid tussen de “integrity of scientific works” en de “integrity of scientific workers”.

“I have been involved in a number of “scientific integrity” investigations by now, and every time it has seemed to me that this distinction has been not taken care of properly. A disciplinary committee can decide that there is no proof that a particular employee of a university has behaved improperly. But it could well be that they have seen strong proof that some scientific works of that person are “tainted” by errors of some kind or other. They need to send the message to the local authorities that the matter is not closed by the verdict “innocent since no hard proof of guilt” regarding the personal integrity of the scientist under investigation. If there are serious problems with publications then the integrity of the scientist requires correction notes or even retractions. If this is forgotten, then the “affair” is not over, and will come back to haunt everyone. 

This seems to me to be the important message of the Nijkamp affair. It is not about fraud, and not about scientific integrity. It is about scientific quality. That discussion is still urgently needed and still has not happened.”

Ook in Duitsland onderzoek naar datafraudezaak sociaal psycholoog Jens Förster

De Deutsche Gesellschaft für Psychologie (DGP) heeft haar ‘Ehrengericht’ opdracht gegeven om onderzoek te doen naar sociaal psycholoog Jens Förster, lid van de DGP. De voormalige hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam ligt onder vuur na onderzoeken van de Universiteit van Amsterdam en het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit die wijzen op datafraude. Het Ehrengericht kan sancties opleggen variërend van een waarschuwing tot het opzeggen van het lidmaatschap.

Förster huidige werkgever, de Ruhr Universiteit in Bochum, heeft vooralsnog geen actie ondernomen naar aanleiding van de Nederlandse onderzoeken en zegt de bevindingen van het Ehrengericht af te wachten. De Ruhr Universiteit heeft Försters contract onlangs met twee jaar verlengd.

Förster ontkent data te hebben gemanipuleerd.

The Deutsche Gesellschaft für Psychologie (DGP) has commissioned its
'Ehrengericht' to investigate the case of social psychologist Jens Förster, 
member of the DGP. The former professor at the University of Amsterdam is
under fire after investigations by the University of Amsterdam and the National 
Board for Scientific Integrity indicating data fraud. The Ehrengericht may impose sanctions ranging from a warning to termination of membership.

Försters current employer, the Ruhr University in Bochum, has so far not taken 
any action in response to the Dutch investigations and says to await the findingsof the Ehrengericht. The Ruhr University has recently extended Försters 
contract by two years.

Förster denies having manipulated data.

Oliver Sacks in Amsterdam

In 2002 interviewde ik de vandaag op 82-jarige leeftijd overleden Oliver Sacks over zijn autobiografie voor weekblad Intermediair. Het gesprek kwam wat moeizaam op gang wat eigenaardig.

Deze maand was de Engelse neuroloog Oliver Sacks in Nederland voor de promotie van zijn autobiografie Oom Wolfraam en mijn chemische jeugd. Sacks, die wereldberoemd is geworden door de beschrijving van intrigerende ziektegeschiedenissen van zijn patiënten, keert in dit boek terug naar het Engeland rondom de Tweede Wereldoorlog. Hij laat zien hoe hij als jongetje gefascineerd raakt door de scheikunde, gevoed door familie, boeken en proeven.

Het jongetje Oliver is inmiddels veranderd in een trekkebenende man van 68, die zijn gezondheid op peil probeert te houden door elke ochtend te beginnen met een zwempartij. Sacks is nog niet te zien in de lobby van het Americain Hotel in Amsterdam op het afgesproken tijdstip. Hij moest hier nog even douchen, vertelt de medewerkster van de uitgeverij, want in het zwembad ging dat niet door een legionella-besmetting. Als Sacks eindelijk arriveert, in een colbert met daaronder een T-shirt met het periodieke systeem der elementen erop, kan het interview nog niet meteen beginnen, want hij is een man van rituelen. De ramen moeten open, want anders krijgt hij het te warm. Als hij eindelijk gaat zitten, staat hij meteen weer op, want er moet thee op tafel komen, met melk wel te verstaan. De verkeersherrie die daardoor binnenkomt, maakt het moeilijk om hem te verstaan, want hij praat erg zacht.

‘Ik ben opgegroeid in een huis vol boeken. Mijn vader zat in zijn grote bibliotheek uren te lezen in de bijbel en in de talmoed met een sigaar in zijn mond; en mijn moeder las heel veel romans en biografieën, ze las mij ook vaak voor. Boeken waren a part of life, ze fascineerden me. Ik heb al heel vroeg leren lezen, volgens mij zonder eerst het alfabet te leren, maar direct via woorden. Of dat mogelijk is, weet ik niet, misschien is het een streek van mijn geheugen. Op mijn vijfde kon ik in elk geval vloeiend lezen. Ik weet nog goed dat ik tegen de onderwijzer op de kleuterschool zei dat ik kon lezen. Die geloofde me niet en zei dat ik loog. Hij haalde een krant en daar las ik wat uit voor. Hij dacht dat het een truc was. Het vreemde is dat ik het gevoel heb dat ik heb leren lezen zonder eerst het alfabet als zodanig te leren.

‘Van heel vroege herinneringen kun je vaak niet zeggen of ze echt zijn of fantasie. Voor het schrijven van dit boek heb ik veel dingen proberen te checken bij mijn vijf jaar oudere broer Michael, en daaruit bleek hoe interessant ons geheugen in elkaar zit. Er is in de oorlog twee keer een bom gevallen bij ons in de straat, allebei onontploft. Mijn eerste beschrijving kon mijn broer bevestigen, maar bij de tweede beschrijving zei hij tot mijn ontzetting dat we die hele bom nooit hebben gezien omdat we toen samen op de kostschool in Braefield zaten. Ik wierp tegen dat ik hem toch duidelijk voor mijn geestesoog zag. Dat verklaarde hij doordat onze broer David ons er een levendige brief over had geschreven, die ik me inderdaad kon herinneren. Maar al weet ik dat Michael gelijk heeft, toch blijft dit een echte herinnering voor me lijken, het is net een scène uit een film. Ik zie alle details en personen helder voor me, alleen het perspectief is eigenaardig. Het is net alsof ik van bovenaf naar het tafereel kijk, zonder dat ik kan zeggen waar ik ben in het geheel. Daaruit blijkt dat het een construct is. In die andere echte herinnering voel ik weer dat lichaam van het kleine jongetje dat daar in zijn dunne pyjama rillend van de kou staat te kijken.

‘Ik heb vaak problemen om uit te maken wat ik gezien of gehoord heb en wanneer het was. Het schrijven van een boek als dit blijft daardoor een romantische onderneming. Ik heb een reconstructie proberen te maken van de invloed die boeken op me gehad hebben, proberen te laten herleven hoe die boeken oorspronkelijk voelden. In feite een onmogelijke opgave, een romantische onderneming met alle vertekeningen, uitvergrotingen en dramatiseringen die daarbij horen. Maar in feite was mijn jongensleven ook zo’n romantische onderneming. Ik probeerde een negentiende-eeuwse scheikundige te zijn halverwege de twintigste eeuw, toen dat soort scheikunde al passé was. Wat ik las waren negentiende-eeuwse oude boeken, vol avontuur en spel, met titels als Chemical Recreations en The Playbook of Metals.

‘Ik vond het ook erg interessant om de originele verslagen van die oude scheikundigen te lezen. Er bestond een serie met herdrukken van boeken van bijvoorbeeld Davy, Faraday en Scheele. En heel fascinerend vond ik ook het proefschrift van Madame Curie, waar mijn moeder een exemplaar van had. Natuurlijk waren sommige van die boeken te moeilijk voor een jongetje. Een kind snapt niets van het werk van Ampère, maar Faraday is makkelijk te lezen door zijn ongedwongen stijl. Hij vertelt wat hij denkt, wat hij doet en waarom, of het lukt of niet, een continu verhaal. Je komt erachter wat er omgaat in zijn hoofd en kan deelnemen aan zijn ontdekkingstocht.

Mijn favoriete boek was The Interpretation of Radium van Frederick Soddy. Ik kwam het tegen toen ik mijn oude boeken ging ophalen in het huis van mijn vader na zijn dood in 1990. Ik herkende het meteen aan de roze verschoten omslag. Toen ik het uit de kast trok, verpulverde het in mijn hand tot stof. Het was net als diverse andere boeken aangetast door een schimmel. Gelukkig heb ik later nog een exemplaar te pakken kunnen krijgen.

‘Geschiedenis van de wetenschap is vaak een bijvak op de universteit, maar voor mij is het een integraal onderdeel van de wetenschap. Ik wil niet beweren dat bèta-studenten het werk van Aristoteles moeten kennen maar lijkt me toch zinnig om de geschiedenis van de natuurkunde te behandelen vanaf Galilei of de scheikunde vanaf Boyle. Toen ik mijn opleiding tot neuroloog volgde vroeg ik of ik ook iets kon leren over de geschiedenis van de neurologie. Ze zeiden: wie is daar nou in geïnteresseerd? Die mensen zijn allemaal dood. Dat is allemaal geweest.

‘Ik ben gevormd in openbare bibliotheken zoals de Willesden Public Library en die van het Science Museum, waar ik altijd ging kijken naar de … van het periodiek systeem. En mijn ooms en ouders waren heel belangrijk. Van school hield ik niet erg. Ik heb nooit goed kunnen stilzitten en opletten. Ik ben ongeduldig, moet kunnen rondlopen. Alleen in het water heb ik dat niet. Ik ben erg aquatisch, ik lees uren in bad. In zekere zin schrijf ik ook tijdens het zwemmen. Het prettigste vind ik zwemmen in een meer. Als ik dan een lang stuk ga zwemmen beginnen zich zinnen te vormen en verhalen. Voor mijn boek Een been om op te staan heb ik een hele paragraaf bij een meer geschreven. Ik had op een gegeven moment zoveel in mijn hoofd zitten dat ik echt het water uitmoest, anders werd het te veel om te herinneren. Ik heb dat toen in één ruk opgeschreven en opgestuurd naar mijn uitgever. Die klaagde dat hij al twintig jaar geen handgeschreven manuscript meer had gekregen en in welke eeuw ik dacht te leven. Hij vroeg zich ook af of ik het manuscript soms in bad had laten vallen, want het zat onder de vlekken.

‘Waar die voorliefde voor water vandaan komt weet ik niet. Het is vermoedelijk een familietrekje. Mijn vader en grootvader zwommen ook altijd. En onze ouders gooiden ons als baby’s al in het water. We konden eerder zwemmen dan lopen. Aan land ben ik altijd onhandig geweest, ik ga op dingen staan of struikel, maar in het water zoef ik. Daar krijg ik een gevoel van mijn fysieke zelf en weet ik precies waar mijn handen en voeten zijn. En tegelijkertijd is er soms een verlies van identiteit, van zelfbewustzijn, een oceanisch gevoel waarin ik één ben met het water.

 

 

 

 

 

 

 

 

Peter Nijkamp: nog meer onjuiste beweringen

Na eerdere onjuiste beweringen doet emeritus hoogleraar economie Peter Nijkamp er op de website Retraction Watch nog een schepje bovenop. Hij stuurde de volgende e-mail aan de Amerikaanse scientific misconduct watchers:

1.      Last year various successive anonymous allegations were raised questioning my scientific integrity. (Onjuist. Twee anonieme klachten waren gericht tegen Nijkamps promovenda Karima Kourtit vanwege vermeend (zelf)plagiaat; een derde anonieme klacht tegen Kourtit/Nijkamp en Baycan/Nijkamp betrof vermeende datamanipulatie. Deze drie klachten leidden tot integriteitsonderzoeken. De onderzoekscommissie-Zwemmer, die keek naar (zelf)plagiaat in het gehele oeuvre van Nijkamp, kwam niet tot stand na een klacht en het was ook geen integriteitscommissie.)

2.      The University appointed a few committees to investigate the various anonymous complaints. (Zie boven)

3.      The findings – in various stages – as of the beginning of this year – are:

–       one of the main sources of false information dispersion, Richard Gill (University of Leiden), has been instructed by his University to offer a public apology for scientific misconduct (to be published on his University website). (Onjuist. Gill publiceerde uit vrije wil een verklaring die niet te maken had met ‘scientific misconduct’ van Gill; dit gebeurde niet op last van de universiteit of de lokale integriteitscommissie. Inmiddels is hem gebleken dat zijn verklaring deels was gebaseerd op onjuiste informatie: zie de comments op Retraction Watch, 23 maart 2015, 1.36 PM.)

–       a recent verdict of LOWI (a kind of national court on scientific integrity) has convincingly proclaimed that any accusation of violation of scientific integrity from my side misses any ground. (Onjuist. Deze procedure ging over drie artikelen van Kourtit en Nijkamp was coauteur van slechts een daarvan. Het gebruik van het woord “any” is dus misleidend. Het LOWI is geen rechtbank maar een adviesorgaan.) Moreover, the VU University has been found guilty by treating my case in an improper way, by drawing false conclusions and by violating confidentiality rules. (Het gebruik van het woord “guilty” suggereert ten onrechte dat het LOWI een rechtbank is.)

–      finally, in a recent starement the VU University has also concluded that my publication practice does not jeopardize or violate scientific integrity rules. (Onjuist. De commissie-Zwemmer was geen integriteitscommissie en velt ook geen integriteitsoordeel. De VU bezigt de term ‘integriteit’ daarom ook niet in haar verklaring.)

So, in conclusion, my case is clean and can be closed. (Onjuist. Er loopt nog een onderzoek tegen Kourtit/Nijkamp en Baycan/Nijkamp wegens vermeende datamanipulatie.)

 

 

De gelukwens van Peter Nijkamp

Peter Nijkamp stelt in een interview met universiteitsweekblad Ad Valvas dat de commissie-Zwemmer bij de beoordeling van zijn werk fouten heeft gemaakt. De commissie zou tegen de afspraken in ook veel artikelen mee hebben gewogen die NIET zijn verschenen in tijdschriften met peer review. Dat had Nijkamp eerder ook al tegen NRC Handelsblad beweerd, maar deze krant stelde aan de hand van de niet-geopenbaarde bijlagen van het rapport-Zwemmer (wel in bezit van de NRC) vast dat Nijkamps bewering onjuist is. Ook Zwemmer zelf weersprak Nijkamps bewering in die krant. In het interview in Ad Valvas stelt Nijkamp echter dat “absoluut onjuist” is wat NRC Handelsblad hierover schrijft.

De neutrale lezer wil uiteraard graag weten hoe het nu werkelijk zit. Ad Valvas, dat de bijlagen volgens de VU eveneens bezit, meldt helaas niet of het Nijkamps beweringen ook heeft getoetst. Wel kan een buitenstaander dankzij het universiteitsweekblad nu zelf twee beweringen van Nijkamp controleren. De econoom geeft in het interview namelijk een voorbeeld van een in de bijlagen genoemd tijdschrift dat volgens hem niet peer reviewed zou zijn: het Slowaakse blad Region Direct. De website van Region Direct is hier helder over: Region Direct is peer reviewed scientific journal addressed to scientific papers, discussion papers, information and reviews issues in the context of regional development, regional policy, European integration and related topics.” Deze wat knullige zin roept wel vragen op over het niveau van het blad.

Nijkamp tweede bewering in Ad Valvas is dat het geen serieus artikel betreft, maar slechts een “gelukwens voor een speciaal celebratory issue”. Aan Nijkamps artikel ‘E pluribus unum’ valt echter niets feestelijks te ontdekken. Forse delen ervan zijn overigens zonder verwijzing naar Region Direct hergebruikt in twee hoofdstukken van boeken, die hier en hier te vinden zijn. De commissie-Zwemmer heeft hoofdstukken in boeken niet betrokken in haar onderzoek.

Een e-mail met de vraag of hij zich wellicht heeft vergist met de “gelukwens” voor Region Direct, laat de Spinozaprijswinnaar van 1996 onbeantwoord.

De VU zou de bijlagen van het rapport-Zwemmer alsnog openbaar moeten maken. Er is geen enkele reden om ze geheim te houden ter bescherming van de privacy van de coauteurs. De commissie-Zwemmer was immers geen integriteitscommissie en ging er ook zelf van uit dat het hele rapport openbaar zou worden. Alle artikelen die daarin worden genoemd behoren in alle openheid onderwerp van wetenschappelijke discussie te kunnen zijn.

LOWI-advies over publicatie Kourtit/Nijkamp schept verwarring over definitie plagiaat

Het College van Bestuur van de Vrije Universiteit is in een lastige positie gebracht door een advies van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). Dat advies lijkt haaks te staan op tot nu toe gangbare regels over plagiaat.

Een VU-commissie onder leiding van emeritus hoogleraar psychologie Pieter Drenth oordeelde dat sprake was van plagiaat in een artikel van Karima Kourtit, Peter Nijkamp, Evelien van Leeuwen en Frank Bruinsma. De auteurs hadden een fors aantal zinsneden overgenomen van andere wetenschappers, zonder aanhalingstekens en zonder verwijzingen naar de herkomst van die zinnen. Wel gaven de auteurs de gebruikte bronnen weer in een lijst aan het eind van het artikel. Kourtit en Nijkamp noemen dit een “collectief referentiesysteem”, dat was gehanteerd vanwege de leesbaarheid. In Trouw zei Nijkamp hierover op 12 maart 2015: “Zo’n artikel waarin steeds maar weer staat welke auteurs het hebben gezegd, dat is niet vol te houden.”

Het beroepsorgaan LOWI oordeelde anders over de zaak dan de commissie-Drenth: “De auteurs hebben niet willen pretenderen dat het om eigen tekst ging.” Het was geen plagiaat vond het LOWI en dus ook geen schending van wetenschappelijke integriteit. Dat het LOWI bij een advies rekening houdt met intenties, is nieuw; in de zaak-Sitskoorn had het LOWI in 2008 juist expliciet verklaard dat het er niet toe doet of iemand “de opzet of de bedoeling had de normen van wetenschappelijke integriteit te schenden met het plegen van plagiaat”. Uitgangspunt is of bronnen wel of niet correct zijn vermeld en daarvoor blijft een wetenschapper altijd verantwoordelijk, goede bedoelingen of niet. Het oordeel over Sitskoorn kwam tot stand onder voorzitterschap van Kees Schuyt, die zich nu had verschoond omdat hij begin 2014 in de NRC uitlatingen had gedaan over de zaak-Kourtit.

Probleem voor de VU is dat de nu door het LOWI goedgekeurde vorm van bronvermelding wordt afgewezen in het VU-onderwijs en in het reglement waarop de commissie-Drenth 2 zich mede baseerde. In de webcursus voor bronvermelding die de VU aanbiedt, staat bijvoorbeeld:

“Wat wordt als plagiaat beschouwd? 

Overduidelijke voorbeelden van plagiaat zijn:

  • Een werkstuk van iemand anders inleveren alsof het je eigen werk is. 
  • Korte of lange stukken tekst uit een bron kopiëren zonder de bron te vermelden. 

Maar ook het onderstaande wordt als plagiaat beschouwd: 

  • Andermans woorden of ideeën ‘lenen’ zonder bronverwijzing.  
  • Een paar veranderingen aanbrengen in een tekst (of grafiek of figuur) en doen alsof je het zelf bedacht hebt.  
  • ‘Vergeten’ om aanhalingstekens te plaatsen bij een letterlijk citaat. 
  • Wel een bronverwijzing geven, maar een onvolledige of incorrecte referentie geven zodat de bron niet te traceren is.  
  • Een bron en de referentie vermelden in je verslag, maar niet op alle plaatsen waar informatie uit de bron gebruikt is (dan wordt een deel van de overgenomen informatie gepresenteerd als eigen werk).  
  • Zoveel woorden of ideeën overnemen uit een bron dat dit het grootste deel van je verslag uitmaakt, geldt als plagiaat – zelfs als je wél naar de bron verwijst!”

Moet het CvB van de VU nu deze webcursus en andere interne richtlijnen laten aanpassen naar aanleiding van het LOWI-advies? Hoeven studenten en wetenschappers (aan de VU, maar ook aan andere universiteiten) voortaan geen aanhalingstekens meer te plaatsen bij letterlijke citaten?

Hoogleraar Erik Verhoef, afdelingshoofd van de afdeling Ruimtelijke Economie van Kourtit/Nijkamp, was verbaasd over het LOWI-advies. Hij had nog nooit gehoord van een “collectief referentiesysteem”, kon deze term met googelen ook niet vinden en vroeg zijn afdelingsgenoten daarom 13 maart 2015 per e-mail of zij hem wijzer konden maken op dit punt. Hij liet weten dat hij nu bij vragen over de aanvaardbaarheid van het collectief referentiesysteem geneigd was om te antwoorden, dat “we would consider it undesirable in works of both colleagues and students”. Met andere woorden: toch maar aanhalingstekens blijven zetten. Verhoef liet zijn collega’s weten dat hij altijd tot discussie bereid was, mocht hij het verkeerd zien.

Enkele maanden geleden publiceerde het LOWI ook al een verwarrend advies over een plagiaatklacht tegen een UvA-hoogleraar. De klaagster, een UvA-docente, vond dit advies zo onbevredigend dat zij het heeft voorgelegd aan de Nationale Ombudsman (oordeel nog niet bekend). Zij vreest dat dit eerdere LOWI-advies tot een onwerkbare situatie leidt aan haar universiteit, met name in het onderwijs aan studenten.

Twee op plagiaat betrapte UvA-studenten hebben dat LOWI-advies aangegrepen om bij de Commissie van Beroep voor de Examens bezwaar aan te tekenen tegen de sanctie die aan hen is opgelegd. Zij menen dat er sprake is van ongelijke behandeling. Ook dit advies kwam tot stand zonder voorzitter Schuyt, die zich in deze zaak eveneens had verschoond.

Een LOWI-advies is niet bindend. Een College van Bestuur kan het na kennisname terzijde schuiven en naar eigen inzicht een definitief besluit nemen over een integriteitszaak.

 

 

Reiswijzer door de zaak-Kourtit, de zaak-Nijkamp, de zaak-Kourtit/Nijkamp en de zaak-Baycan-Nijkamp

Deze week zijn diverse berichten verschenen over een LOWI-advies in de zaak-Kourtit/Nijkamp (zie onder meer het bericht van de NOS en van de Volkskrant). In die berichten worden verschillende procedures door elkaar gehaald en ontstaat de indruk dat Peter Nijkamp de man is om wie alles draait in dat LOWI-advies. Dat is onjuist.

Dat de NOS en de Volkskrant het spoor even bijster zijn geraakt (inclusief de ombudsvrouw van de krant), is begrijpelijk want zonder gids verdwaal je al snel in de jungle van procedures. Ik heb de zaken daarom nog eens op een rijtje gezet:

De affaire begon in mei 2013 met een anonieme klacht van NN over het proefschrift van Karima Kourtit (beoogd promotor Peter Nijkamp). Deze klacht betrof PLAGIAAT. Omdat NN ook een zijdelingse opmerking maakte over recyclen van eerder gebruikte tekst, vroeg de Ombudsman NN om ook hier een overzicht van te geven. Mogelijk was hier sprake van ZELFPLAGIAAT, stelde de ombudsman. De commissie-Drenth van de VU stelde vast dat er inderdaad sprake was van plagiaat en Kourtit kreeg de gelegenheid haar proefschrift te herschrijven. Deze zaak-Kourtit (die over bronvermeldingen gaat) had ook consequenties voor Peter Nijkamp: hij trad terug als promotor.

De commissie-Drenth had ook kritiek op de manier waarop eerder gepubliceerd eigen werk werd gebruikt in het proefschrift van Kourtit. De conclusies van de commissie-Drenth over deze “zelfcitaties” in hoofdstukken waarvan Peter Nijkamp co-auteur was, brachten het College van Bestuur van de VU tot het besluit om het gehele oeuvre van Nijkamp te onderzoeken op “(zelf)plagiaat”. Het CvB van de VU had op dat moment al kennisgenomen van de resultaten van onderzoek van NRC Handelsblad naar het hergebruik zonder bronvermelding van teksten in werk van Nijkamp (solo, met Kourtit en met andere co-auteurs). Dit was commissie nummer 2, de commissie-Zwemmer, die naar verwachting volgende week verslag doet van haar bevindingen. Naast de zaak-Kourtit was er nu ook een zaak-Nijkamp (eveneens over bronvermeldingen dus).

In november 2013 diende NN een tweede klacht in over vermeend PLAGIAAT in zestien andere publicaties van Kourtit (grotendeels met als co-auteur Peter Nijkamp). Dit leidde tot de instelling van een derde commissie, Drenth-2. Deze commissie oordeelde in juni 2014 dat in drie publicaties (een met als co-auteurs Peter Nijkamp, Evelien  van Leeuwen en Frank Bruinsma (publicatie 1); een met als co-auteur André de Waal (publicatie 2), en een van Kourtit solo (publicatie 3) sprake was van plagiaat. Tegen dit oordeel gingen Kourtit en Nijkamp in het beroep bij het LOWI; de andere co-auteurs zagen af van het beroep en het LOWI hoorde hen ook niet. Het LOWI oordeelde vorige maand in tegenstelling tot Drenth-2 dat bij publicatie 1 (met Nijkamp als co-auteur) geen sprake was van plagiaat of (verwijtbare) onzorgvuldigheid. Bij publicatie 2 en 3 ging het LOWI eveneens niet mee in het oordeel van Drenth-2 dat het hier plagiaat betrof, maar vond dat er wel sprake was van “verwijtbare onzorgvuldigheid”. In geen van de gevallen ging het volgens het LOWI om schendingen van wetenschappelijke integriteit. Bij de beoordeling van publicatie 1 hanteerde het LOWI een interessante redenering, die ingrijpende gevolgen zou kunnen hebben voor de regelgeving over omgang met bronnen door Nederlandse studenten en wetenschappers (hier zal ik later een apart blog aan wijden). Het werk van de onderzoekscommissie Drenth-2 was dus in de eerste plaats het vervolg van de zaak-Kourtit, en NIET van de zaak-Nijkamp zoals de berichtgeving van NOS en de Volkskrant suggereerde.

In juni 2014 diende NN een derde klacht in bij de ombudsman van de VU. Deze ging niet over bronvermeldingen maar over mogelijke datamanipulatie in acht artikelen van Kourtit/Nijkamp en zeven artikelen van de Turkse wetenschapster Tüzin Baycan en Nijkamp (en nog andere co-auteurs). Deze klacht is doorgeleid naar een vierde commissie, de per 1 juli 2014 ingestelde Commissie Wetenschappelijke Integriteit VU-VUmc, die ook nog rapport moet uitbrengen. In deze vierde procedure is er dus sprake van een zaak-Kourtit/Nijkamp en een zaak Baycan/Nijkamp.

Tussenstand:

– De commissie-Drenth 1 stelde plagiaat vast in het al goedgekeurde proefschrift van Karima Kourtit. Nijkamp trok zich daarna terug als promotor op advies van de commissie-Drenth. Met een nieuwe promotor is Kourtit op 25 juni 2014 alsnog gepromoveerd op een sterk gewijzigd proefschrift. (onderwerp: bronvermeldingen)

– De redactie van het tijdschrift Review of Economic Analysis trok twee artikelen terug vanwege ZELFPLAGIAAT, een van Kourtit/Nijkamp en co-auteur Frank Bruinsma; een van Nijkamp solo). (onderwerp: bronvermeldingen)

– De commissie-Zwemmer doet naar verwachting volgende week verslag van haar bevindingen in de zaak-Nijkamp. (onderwerp: bronvermeldingen)