De historie van Fuck de Koning

Enkele jaren geleden heb ik voor misdaadmagazine Koud bloed een artikel geschreven over de veroordeling wegens Majesteitsschennis van journalist Jan Fabius. Daarin beschrijf ik ook enkele andere veroordelingen vanwege hetzelfde vergrijp.

In datzelfde nummer verscheen ook mijn artikel over Prins Bernhard, Wegpiraat van Oranje, en de stuurmans/vrouwskunsten van andere leden van het Koninklijk Huis.

Abonnee worden van het prachtblad Koud bloed kan hier.

Peter Nijkamp: nog meer onjuiste beweringen

Na eerdere onjuiste beweringen doet emeritus hoogleraar economie Peter Nijkamp er op de website Retraction Watch nog een schepje bovenop. Hij stuurde de volgende e-mail aan de Amerikaanse scientific misconduct watchers:

1.      Last year various successive anonymous allegations were raised questioning my scientific integrity. (Onjuist. Twee anonieme klachten waren gericht tegen Nijkamps promovenda Karima Kourtit vanwege vermeend (zelf)plagiaat; een derde anonieme klacht tegen Kourtit/Nijkamp en Baycan/Nijkamp betrof vermeende datamanipulatie. Deze drie klachten leidden tot integriteitsonderzoeken. De onderzoekscommissie-Zwemmer, die keek naar (zelf)plagiaat in het gehele oeuvre van Nijkamp, kwam niet tot stand na een klacht en het was ook geen integriteitscommissie.)

2.      The University appointed a few committees to investigate the various anonymous complaints. (Zie boven)

3.      The findings – in various stages – as of the beginning of this year – are:

–       one of the main sources of false information dispersion, Richard Gill (University of Leiden), has been instructed by his University to offer a public apology for scientific misconduct (to be published on his University website). (Onjuist. Gill publiceerde uit vrije wil een verklaring die niet te maken had met ‘scientific misconduct’ van Gill; dit gebeurde niet op last van de universiteit of de lokale integriteitscommissie. Inmiddels is hem gebleken dat zijn verklaring deels was gebaseerd op onjuiste informatie: zie de comments op Retraction Watch, 23 maart 2015, 1.36 PM.)

–       a recent verdict of LOWI (a kind of national court on scientific integrity) has convincingly proclaimed that any accusation of violation of scientific integrity from my side misses any ground. (Onjuist. Deze procedure ging over drie artikelen van Kourtit en Nijkamp was coauteur van slechts een daarvan. Het gebruik van het woord “any” is dus misleidend. Het LOWI is geen rechtbank maar een adviesorgaan.) Moreover, the VU University has been found guilty by treating my case in an improper way, by drawing false conclusions and by violating confidentiality rules. (Het gebruik van het woord “guilty” suggereert ten onrechte dat het LOWI een rechtbank is.)

–      finally, in a recent starement the VU University has also concluded that my publication practice does not jeopardize or violate scientific integrity rules. (Onjuist. De commissie-Zwemmer was geen integriteitscommissie en velt ook geen integriteitsoordeel. De VU bezigt de term ‘integriteit’ daarom ook niet in haar verklaring.)

So, in conclusion, my case is clean and can be closed. (Onjuist. Er loopt nog een onderzoek tegen Kourtit/Nijkamp en Baycan/Nijkamp wegens vermeende datamanipulatie.)

 

 

De gelukwens van Peter Nijkamp

Peter Nijkamp stelt in een interview met universiteitsweekblad Ad Valvas dat de commissie-Zwemmer bij de beoordeling van zijn werk fouten heeft gemaakt. De commissie zou tegen de afspraken in ook veel artikelen mee hebben gewogen die NIET zijn verschenen in tijdschriften met peer review. Dat had Nijkamp eerder ook al tegen NRC Handelsblad beweerd, maar deze krant stelde aan de hand van de niet-geopenbaarde bijlagen van het rapport-Zwemmer (wel in bezit van de NRC) vast dat Nijkamps bewering onjuist is. Ook Zwemmer zelf weersprak Nijkamps bewering in die krant. In het interview in Ad Valvas stelt Nijkamp echter dat “absoluut onjuist” is wat NRC Handelsblad hierover schrijft.

De neutrale lezer wil uiteraard graag weten hoe het nu werkelijk zit. Ad Valvas, dat de bijlagen volgens de VU eveneens bezit, meldt helaas niet of het Nijkamps beweringen ook heeft getoetst. Wel kan een buitenstaander dankzij het universiteitsweekblad nu zelf twee beweringen van Nijkamp controleren. De econoom geeft in het interview namelijk een voorbeeld van een in de bijlagen genoemd tijdschrift dat volgens hem niet peer reviewed zou zijn: het Slowaakse blad Region Direct. De website van Region Direct is hier helder over: Region Direct is peer reviewed scientific journal addressed to scientific papers, discussion papers, information and reviews issues in the context of regional development, regional policy, European integration and related topics.” Deze wat knullige zin roept wel vragen op over het niveau van het blad.

Nijkamp tweede bewering in Ad Valvas is dat het geen serieus artikel betreft, maar slechts een “gelukwens voor een speciaal celebratory issue”. Aan Nijkamps artikel ‘E pluribus unum’ valt echter niets feestelijks te ontdekken. Forse delen ervan zijn overigens zonder verwijzing naar Region Direct hergebruikt in twee hoofdstukken van boeken, die hier en hier te vinden zijn. De commissie-Zwemmer heeft hoofdstukken in boeken niet betrokken in haar onderzoek.

Een e-mail met de vraag of hij zich wellicht heeft vergist met de “gelukwens” voor Region Direct, laat de Spinozaprijswinnaar van 1996 onbeantwoord.

De VU zou de bijlagen van het rapport-Zwemmer alsnog openbaar moeten maken. Er is geen enkele reden om ze geheim te houden ter bescherming van de privacy van de coauteurs. De commissie-Zwemmer was immers geen integriteitscommissie en ging er ook zelf van uit dat het hele rapport openbaar zou worden. Alle artikelen die daarin worden genoemd behoren in alle openheid onderwerp van wetenschappelijke discussie te kunnen zijn.

LOWI-advies over publicatie Kourtit/Nijkamp schept verwarring over definitie plagiaat

Het College van Bestuur van de Vrije Universiteit is in een lastige positie gebracht door een advies van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). Dat advies lijkt haaks te staan op tot nu toe gangbare regels over plagiaat.

Een VU-commissie onder leiding van emeritus hoogleraar psychologie Pieter Drenth oordeelde dat sprake was van plagiaat in een artikel van Karima Kourtit, Peter Nijkamp, Evelien van Leeuwen en Frank Bruinsma. De auteurs hadden een fors aantal zinsneden overgenomen van andere wetenschappers, zonder aanhalingstekens en zonder verwijzingen naar de herkomst van die zinnen. Wel gaven de auteurs de gebruikte bronnen weer in een lijst aan het eind van het artikel. Kourtit en Nijkamp noemen dit een “collectief referentiesysteem”, dat was gehanteerd vanwege de leesbaarheid. In Trouw zei Nijkamp hierover op 12 maart 2015: “Zo’n artikel waarin steeds maar weer staat welke auteurs het hebben gezegd, dat is niet vol te houden.”

Het beroepsorgaan LOWI oordeelde anders over de zaak dan de commissie-Drenth: “De auteurs hebben niet willen pretenderen dat het om eigen tekst ging.” Het was geen plagiaat vond het LOWI en dus ook geen schending van wetenschappelijke integriteit. Dat het LOWI bij een advies rekening houdt met intenties, is nieuw; in de zaak-Sitskoorn had het LOWI in 2008 juist expliciet verklaard dat het er niet toe doet of iemand “de opzet of de bedoeling had de normen van wetenschappelijke integriteit te schenden met het plegen van plagiaat”. Uitgangspunt is of bronnen wel of niet correct zijn vermeld en daarvoor blijft een wetenschapper altijd verantwoordelijk, goede bedoelingen of niet. Het oordeel over Sitskoorn kwam tot stand onder voorzitterschap van Kees Schuyt, die zich nu had verschoond omdat hij begin 2014 in de NRC uitlatingen had gedaan over de zaak-Kourtit.

Probleem voor de VU is dat de nu door het LOWI goedgekeurde vorm van bronvermelding wordt afgewezen in het VU-onderwijs en in het reglement waarop de commissie-Drenth 2 zich mede baseerde. In de webcursus voor bronvermelding die de VU aanbiedt, staat bijvoorbeeld:

“Wat wordt als plagiaat beschouwd? 

Overduidelijke voorbeelden van plagiaat zijn:

  • Een werkstuk van iemand anders inleveren alsof het je eigen werk is. 
  • Korte of lange stukken tekst uit een bron kopiëren zonder de bron te vermelden. 

Maar ook het onderstaande wordt als plagiaat beschouwd: 

  • Andermans woorden of ideeën ‘lenen’ zonder bronverwijzing.  
  • Een paar veranderingen aanbrengen in een tekst (of grafiek of figuur) en doen alsof je het zelf bedacht hebt.  
  • ‘Vergeten’ om aanhalingstekens te plaatsen bij een letterlijk citaat. 
  • Wel een bronverwijzing geven, maar een onvolledige of incorrecte referentie geven zodat de bron niet te traceren is.  
  • Een bron en de referentie vermelden in je verslag, maar niet op alle plaatsen waar informatie uit de bron gebruikt is (dan wordt een deel van de overgenomen informatie gepresenteerd als eigen werk).  
  • Zoveel woorden of ideeën overnemen uit een bron dat dit het grootste deel van je verslag uitmaakt, geldt als plagiaat – zelfs als je wél naar de bron verwijst!”

Moet het CvB van de VU nu deze webcursus en andere interne richtlijnen laten aanpassen naar aanleiding van het LOWI-advies? Hoeven studenten en wetenschappers (aan de VU, maar ook aan andere universiteiten) voortaan geen aanhalingstekens meer te plaatsen bij letterlijke citaten?

Hoogleraar Erik Verhoef, afdelingshoofd van de afdeling Ruimtelijke Economie van Kourtit/Nijkamp, was verbaasd over het LOWI-advies. Hij had nog nooit gehoord van een “collectief referentiesysteem”, kon deze term met googelen ook niet vinden en vroeg zijn afdelingsgenoten daarom 13 maart 2015 per e-mail of zij hem wijzer konden maken op dit punt. Hij liet weten dat hij nu bij vragen over de aanvaardbaarheid van het collectief referentiesysteem geneigd was om te antwoorden, dat “we would consider it undesirable in works of both colleagues and students”. Met andere woorden: toch maar aanhalingstekens blijven zetten. Verhoef liet zijn collega’s weten dat hij altijd tot discussie bereid was, mocht hij het verkeerd zien.

Enkele maanden geleden publiceerde het LOWI ook al een verwarrend advies over een plagiaatklacht tegen een UvA-hoogleraar. De klaagster, een UvA-docente, vond dit advies zo onbevredigend dat zij het heeft voorgelegd aan de Nationale Ombudsman (oordeel nog niet bekend). Zij vreest dat dit eerdere LOWI-advies tot een onwerkbare situatie leidt aan haar universiteit, met name in het onderwijs aan studenten.

Twee op plagiaat betrapte UvA-studenten hebben dat LOWI-advies aangegrepen om bij de Commissie van Beroep voor de Examens bezwaar aan te tekenen tegen de sanctie die aan hen is opgelegd. Zij menen dat er sprake is van ongelijke behandeling. Ook dit advies kwam tot stand zonder voorzitter Schuyt, die zich in deze zaak eveneens had verschoond.

Een LOWI-advies is niet bindend. Een College van Bestuur kan het na kennisname terzijde schuiven en naar eigen inzicht een definitief besluit nemen over een integriteitszaak.

 

 

Reiswijzer door de zaak-Kourtit, de zaak-Nijkamp, de zaak-Kourtit/Nijkamp en de zaak-Baycan-Nijkamp

Deze week zijn diverse berichten verschenen over een LOWI-advies in de zaak-Kourtit/Nijkamp (zie onder meer het bericht van de NOS en van de Volkskrant). In die berichten worden verschillende procedures door elkaar gehaald en ontstaat de indruk dat Peter Nijkamp de man is om wie alles draait in dat LOWI-advies. Dat is onjuist.

Dat de NOS en de Volkskrant het spoor even bijster zijn geraakt (inclusief de ombudsvrouw van de krant), is begrijpelijk want zonder gids verdwaal je al snel in de jungle van procedures. Ik heb de zaken daarom nog eens op een rijtje gezet:

De affaire begon in mei 2013 met een anonieme klacht van NN over het proefschrift van Karima Kourtit (beoogd promotor Peter Nijkamp). Deze klacht betrof PLAGIAAT. Omdat NN ook een zijdelingse opmerking maakte over recyclen van eerder gebruikte tekst, vroeg de Ombudsman NN om ook hier een overzicht van te geven. Mogelijk was hier sprake van ZELFPLAGIAAT, stelde de ombudsman. De commissie-Drenth van de VU stelde vast dat er inderdaad sprake was van plagiaat en Kourtit kreeg de gelegenheid haar proefschrift te herschrijven. Deze zaak-Kourtit (die over bronvermeldingen gaat) had ook consequenties voor Peter Nijkamp: hij trad terug als promotor.

De commissie-Drenth had ook kritiek op de manier waarop eerder gepubliceerd eigen werk werd gebruikt in het proefschrift van Kourtit. De conclusies van de commissie-Drenth over deze “zelfcitaties” in hoofdstukken waarvan Peter Nijkamp co-auteur was, brachten het College van Bestuur van de VU tot het besluit om het gehele oeuvre van Nijkamp te onderzoeken op “(zelf)plagiaat”. Het CvB van de VU had op dat moment al kennisgenomen van de resultaten van onderzoek van NRC Handelsblad naar het hergebruik zonder bronvermelding van teksten in werk van Nijkamp (solo, met Kourtit en met andere co-auteurs). Dit was commissie nummer 2, de commissie-Zwemmer, die naar verwachting volgende week verslag doet van haar bevindingen. Naast de zaak-Kourtit was er nu ook een zaak-Nijkamp (eveneens over bronvermeldingen dus).

In november 2013 diende NN een tweede klacht in over vermeend PLAGIAAT in zestien andere publicaties van Kourtit (grotendeels met als co-auteur Peter Nijkamp). Dit leidde tot de instelling van een derde commissie, Drenth-2. Deze commissie oordeelde in juni 2014 dat in drie publicaties (een met als co-auteurs Peter Nijkamp, Evelien  van Leeuwen en Frank Bruinsma (publicatie 1); een met als co-auteur André de Waal (publicatie 2), en een van Kourtit solo (publicatie 3) sprake was van plagiaat. Tegen dit oordeel gingen Kourtit en Nijkamp in het beroep bij het LOWI; de andere co-auteurs zagen af van het beroep en het LOWI hoorde hen ook niet. Het LOWI oordeelde vorige maand in tegenstelling tot Drenth-2 dat bij publicatie 1 (met Nijkamp als co-auteur) geen sprake was van plagiaat of (verwijtbare) onzorgvuldigheid. Bij publicatie 2 en 3 ging het LOWI eveneens niet mee in het oordeel van Drenth-2 dat het hier plagiaat betrof, maar vond dat er wel sprake was van “verwijtbare onzorgvuldigheid”. In geen van de gevallen ging het volgens het LOWI om schendingen van wetenschappelijke integriteit. Bij de beoordeling van publicatie 1 hanteerde het LOWI een interessante redenering, die ingrijpende gevolgen zou kunnen hebben voor de regelgeving over omgang met bronnen door Nederlandse studenten en wetenschappers (hier zal ik later een apart blog aan wijden). Het werk van de onderzoekscommissie Drenth-2 was dus in de eerste plaats het vervolg van de zaak-Kourtit, en NIET van de zaak-Nijkamp zoals de berichtgeving van NOS en de Volkskrant suggereerde.

In juni 2014 diende NN een derde klacht in bij de ombudsman van de VU. Deze ging niet over bronvermeldingen maar over mogelijke datamanipulatie in acht artikelen van Kourtit/Nijkamp en zeven artikelen van de Turkse wetenschapster Tüzin Baycan en Nijkamp (en nog andere co-auteurs). Deze klacht is doorgeleid naar een vierde commissie, de per 1 juli 2014 ingestelde Commissie Wetenschappelijke Integriteit VU-VUmc, die ook nog rapport moet uitbrengen. In deze vierde procedure is er dus sprake van een zaak-Kourtit/Nijkamp en een zaak Baycan/Nijkamp.

Tussenstand:

– De commissie-Drenth 1 stelde plagiaat vast in het al goedgekeurde proefschrift van Karima Kourtit. Nijkamp trok zich daarna terug als promotor op advies van de commissie-Drenth. Met een nieuwe promotor is Kourtit op 25 juni 2014 alsnog gepromoveerd op een sterk gewijzigd proefschrift. (onderwerp: bronvermeldingen)

– De redactie van het tijdschrift Review of Economic Analysis trok twee artikelen terug vanwege ZELFPLAGIAAT, een van Kourtit/Nijkamp en co-auteur Frank Bruinsma; een van Nijkamp solo). (onderwerp: bronvermeldingen)

– De commissie-Zwemmer doet naar verwachting volgende week verslag van haar bevindingen in de zaak-Nijkamp. (onderwerp: bronvermeldingen)

Much Ado About Nothing

De economen Peter Nijkamp en Karima Kourtit van de Vrije Universiteit hebben bij de commissie wetenschappelijke integriteit van de Universiteit Leiden een klacht ingediend tegen hoogleraar statistiek Richard Gill. Dat blijkt uit deze verklaring op de website van Gill.

Gill legt op zijn website uit wat er aan de hand was:

“June 2014 I publicised an anonymous report prepared by a whistleblower at the Free University, Amsterdam. The report criticised the content of the PhD thesis of Karima Kourtit (promotor: prof. Peter Nijkamp), as well as half a dozen published papers by Kourtit and Nijkamp, and another half a dozen by Baycan and Nijkamp. This action led to a complaint by Dr Kourtit and Prof Nijkamp to Leiden University, which was handled by Leiden’s “Committee on Scientific Integrity” (CWI). After several hearings including one where all parties were present together, a “verklaring” (declaration) was drawn up, which all parties could agree to, and whereby the conflict between Kourtit and Nijkamp on the one hand, and myself on the other hand, is considered by all parties to be settled. I am very grateful to the CWI for their patient and careful work. 

The “verklaring” was subsequently approved by the board of Leiden University, and is hereby (17 February, 2015) made available on this homepage.”

Dat noemen wij in Amsterdam Much Ado About Nothing.

Een interessanter kwestie is waarom de ruwe data die Gill had opgevraagd bij Nijkamp en Kourtit nog altijd niet ter beschikking zijn gesteld, terwijl openbaarmaking daarvan al in juni 2014 werd aangekondigd door Kourtits promotor Henk Scholten.

En waar blijft het oordeel van de integriteitscommissie van de VU die zich vanaf juni 2014 over de fraudebeschuldigingen in het genoemde anonieme rapport heeft gebogen? En waar blijven de rapporten van de commissie-Drenth 2 (vermeend plagiaat in eerste proefschrift Kourtit) en van de commissie-Zwemmer (vermeldingen van bronnen in het volledige werk van Nijkamp)?

 

Het formaat van Peter Nijkamp

Gisteren ontvingen de medewerkers van de afdeling Ruimtelijke Economie van de Vrije Universiteit een apetrots persbericht van de afdelingssecretaresse. Ze stuurde het in cc ook naar rector magnificus Frank van der Duyn Schouten en voorzitter van het College van Bestuur Jaap Winter. Het heuglijke nieuws waar zelfs deze notabelen van op de hoogte moesten worden gesteld was dat hoogleraar Ruimtelijke Economie Peter Nijkamp een eredoctoraat had gekregen van een Poolse Universiteit:

OPNIEUW EEN EREDOCTORAAT VOOR PETER NIJKAMP

De glanzende carriere van VU topeconoom Peter Nijkamp is op maandag 19 januari jl. nog eens extra bevestigd door de toekenning van een eredoctoraat door de gerenommeerde universiteit van Poznan in Polen. Hij kreeg deze hoge onderscheiding voor zijn toonaangevend en baanbrekend onderzoek op het terrein van de regionale economie alsmede voor zijn wereldwijd leidende rol in het mobiliseren van wetenschappers en jonge onderzoekers in een interdisciplinaire context. Hij deelt deze eervolle onderscheiding met beroemde en gezaghebbende personen als Marie Curie, Gunter Grass, Paul Erdos, Javier Solana, Paus Johannes Paulus II, en Al Gore.
Dit eredoctoraat is reeds Nijkamp’s vijfde eredoctoraat. Reeds eerder werd hij benoemd tot doctor honoris causa aan de universiteiten van Brussel, Athene, Bucharest, en Faro.
Nijkamp staat onbetwist op de eerste plaats in de wereldranglijst van zo’n 40.000 economen qua productie van wetenschappelijke bijdragen. Hij behoort – gemeten in termen van citaties – tot de 13 meest invloedrijke economen ter wereld, te midden van vele Nobelprijswinnaars. Deze toppositie is des te opmerkelijker, omdat Nijkamp actief is op een relatief klein en gespecialiseerd onderzoekgebied, de ruimtelijke economie.
Zijn tomeloze werkdrift en zijn alom geroemd organisatievermogen hebben hem tot de absolute topper op zijn vakgebied gemaakt. Zo was hij in staat in het jaar 2014 meer dan 50 artikelen te publiceren, vaak in gerenommeerde internationale tijdschriften.
Het was nieuw voor mij dat Nijkamp qua citaties behoort “tot de 13 meest invloedrijke economen ter wereld, te midden van vele Nobelprijswinnaars”. Het getal 13 kwam mij wel bekend voor, namelijk van deze ranking op de site repec.org. Deze lijst heeft echter geen betrekking op citaties, maar is een gemiddelde van diverse maten. Uit de lijst is eenvoudig af te lezen dat Nijkamp qua citaties helemaal niet zo invloedrijk is, laat staan in één adem genoemd kan worden met Nobelprijswinnaars. Zijn 13de plaats in de overall ranking heeft hij te danken aan zijn grote aantal publicaties. Daarmee is hij inderdaad “onbetwist” nummer één in de wereld. Maar uit het aantal citaties blijkt dat collega’s het niet zo vaak de moeite waard vinden om in voetnoten te verwijzen naar Nijkamps bijdragen aan de wetenschap. Hij staat, afhankelijk van het type citatie-telling, op plekken variërend van 529 tot 2607.
VU-hoogleraar Algemene Economie Pieter Gautier maakte deze zomer in universiteitsweekblad Ad Valvas al duidelijk dat Nijkamp in zijn ogen beslist niet uit Nobelprijshout is gesneden: http://www.advalvas.vu.nl/nieuws/vu-hoogleraar-uit-harde-kritiek-op-werk-peter-nijkamp?page=1
Het persbericht bevat dus pijnlijk misplaatste opschepperij over Nijkamps formaat. Wie heeft het eigenlijk geschreven?
Een woordvoerder van de VU laat desgevraagd weten:
“De inhoud van het bericht waar je naar verwijst is afkomstig van Peter Nijkamp. Het College van Bestuur (en ikzelf) waren niet op de hoogte van de inhoud en/of de verzending van dit bericht. De inhoud ervan is volledig voor rekening van dhr. Nijkamp.”
Nijkamp en de afdelingssecretaresse laten een e-mail met de vraag of het persbericht gerectificeerd gaat worden, vooralsnog onbeantwoord.
PS:
Het Poolse ANP maakt het in een persbericht nog gortiger. Mijn Pools is voor verbetering vatbaar, maar ik meen hierin met hulp van Google Translate te lezen dat Peter Nijkamp op onze planeet behoort tot de 50 meest geciteerde wetenschappers (dus niet alleen economen).

Van Blairgate naar Trouwgate

De affaire rond de wegens verzinsels ontslagen Trouw-redacteur roept herinneringen op aan de Amerikaanse journalist Jayson Blair. Naar aanleiding van (onder meer) die zaak schreef ik in 2003 een groot stuk over liegen voor weekblad Intermediair.

De pdf staat hier: LiegenIMHerpublicatie

De zaak herinnert ook aan de affaire rond Jan Haerynck. Daarover schreef ik in het fantastennummer van misdaadmagazine Koud bloed dit artikel: BroodjeHaerynck

Beroep tegen oordeel over tweede plagiaatklacht in zaak-Kourtit

Bij het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) is beroep aangetekend tegen de bevindingen van de commissie-Drenth 2. Deze commissie heeft een klacht onderzocht van een anonieme klager over vermeend plagiaat in zestien artikelen van VU-econome Karima Kourtit (bij vijftien daarvan is Peter Nijkamp co-auteur). De klacht staat hier op p. 68 e.v. Het College van Bestuur van de VU heeft zich in juni 2014 achter de conclusies van Drenth 2 geschaard.

De Vrije Universiteit wil desgevraagd niet zeggen wie er in beroep is gegaan. Volgens een woordvoerster kunnen alleen klager(s) en/of beklaagde(n) in beroep gaan in dit soort zaken.

De anonieme klager laat weten door de VU niet op de hoogte te zijn gesteld van de inhoud van het advies van de commissie-Drenth 2. NN zegt daardoor ook geen beroep te hebben kunnen overwegen. Volgens de klachtenregeling die gold bij het indienen van de klacht in november 2013 behoren klager en beklaagde beiden te worden geïnformeerd. Op 1 juli 2014 heeft de VU een nieuw reglement ingevoerd waarbij anoniem klagen niet meer mogelijk is.

De VU zal pas na afloop van de beroepsprocedure bij het LOWI definitief besluiten of de plagiaatklacht gegrond is. Dan zal ook een samenvatting van het advies van Drenth 2 verschijnen op de website van de VSNU.

LOWI schept verwarring over plagiaatregels

Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) heeft met een afgelopen vrijdag gepubliceerd advies grote verwarring gecreëerd over de regels voor plagiaat. Het betreft een door een UHD van de Universiteit van Amsterdam aangespannen zaak tegen een directe collega, een bijzonder hoogleraar. Haar klacht over (onder meer) plagiaat werd eerder ongegrond verklaard in een advies van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de UvA. Plagiaat geldt als een schending van wetenschappelijke integriteit, daar zijn CWI en LOWI het over eens. Maar volgens bovengenoemde adviezen is in dit geval geen sprake van plagiaat en dus van schending van wetenschappelijke integriteit, maar van “ontbreken van genoegzame bronvermelding” en van “(verwijtbaar) onzorgvuldig handelen”. Wel krijgt de bewuste hoogleraar ingepeperd dat hij geen flauw benul heeft van auteursrecht. Beide organen adviseren de hoogleraar streng te onderhouden over zijn incompetentie op het terrein van deugdelijke bronvermelding en auteursrecht. Pas als hij daarna nogmaals zondigt is er sprake van schending van wetenschappelijke integriteit, menen CWI en LOWI.

Hier wringt iets. Want had deze hoogleraar, die studenten doceert, dit normbesef niet allang moeten bezitten? In de Regeling Fraude en Plagiaat Studenten UvA wordt onder plagiaat verstaan:

  1. “Het gebruik maken dan wel overnemen van andermans teksten, gegevens of ideeën zonder volledige en correcte bronvermelding;
  2. het presenteren als eigen werk of eigen gedachten van de structuur dan wel het centrale gedachtegoed uit bronnen van derden, zelfs indien een verwijzing naar andere auteurs is opgenomen;
  3. het niet duidelijk aangeven in de tekst, bijvoorbeeld via aanhalingstekens of een bepaalde vormgeving, dat letterlijke of bijna letterlijke citaten in het werk werden overgenomen, zelfs indien met een correcte bronvermelding;
  4. het parafraseren van de inhoud van andermans teksten zonder voldoende bronverwijzingen.”

UvA-studenten worden, op straffe van forse sancties, geacht zich te houden aan normen die een van hun eigen hoogleraren nog niet geïnternaliseerd lijkt te hebben, getuige de door de klager aangedragen voorbeelden. Bij studenten heet een eend een eend, maar de eend in deze zaak heet “ontbreken van genoegzame bronvermelding”.

Integriteitsschending of niet, het verontrustende aan deze zaak is dat aan de UvA een hoogleraar doceert die zelf nog wat lesjes over bronvermelding en auteursrecht nodig blijkt te hebben.

Het LOWI-advies is ondertekend door vice-voorzitter prof.mr. E.H. Hondius. Voorzitter prof.dr.mr. Kees Schuyt voelde zich om onbekende redenen niet vrij om deze zaak te behandelen. Onder zijn voorzitterschap is een reeks van coherente en heldere adviezen over plagiaat tot stand gekomen. Schuyt neemt per 1 januari afscheid als LOWI-voorzitter, maar werd hier al node gemist.

Deze zaak maakt (nogmaals) duidelijk dat de universiteiten in VSNU-verband explicietere regels zouden moeten formuleren over bronvermeldingen en sancties bij overtreding van die regels. Nu bestaat er een schimmig gebied tussen “integriteitsschending” en “onzorgvuldigheid”.

UPDATE

Een paper van de hoogleraar blijkt intussen verwijderd van de website waar deze te downloaden was:

Retractie