Much Ado About Nothing

De economen Peter Nijkamp en Karima Kourtit van de Vrije Universiteit hebben bij de commissie wetenschappelijke integriteit van de Universiteit Leiden een klacht ingediend tegen hoogleraar statistiek Richard Gill. Dat blijkt uit deze verklaring op de website van Gill.

Gill legt op zijn website uit wat er aan de hand was:

“June 2014 I publicised an anonymous report prepared by a whistleblower at the Free University, Amsterdam. The report criticised the content of the PhD thesis of Karima Kourtit (promotor: prof. Peter Nijkamp), as well as half a dozen published papers by Kourtit and Nijkamp, and another half a dozen by Baycan and Nijkamp. This action led to a complaint by Dr Kourtit and Prof Nijkamp to Leiden University, which was handled by Leiden’s “Committee on Scientific Integrity” (CWI). After several hearings including one where all parties were present together, a “verklaring” (declaration) was drawn up, which all parties could agree to, and whereby the conflict between Kourtit and Nijkamp on the one hand, and myself on the other hand, is considered by all parties to be settled. I am very grateful to the CWI for their patient and careful work. 

The “verklaring” was subsequently approved by the board of Leiden University, and is hereby (17 February, 2015) made available on this homepage.”

Dat noemen wij in Amsterdam Much Ado About Nothing.

Een interessanter kwestie is waarom de ruwe data die Gill had opgevraagd bij Nijkamp en Kourtit nog altijd niet ter beschikking zijn gesteld, terwijl openbaarmaking daarvan al in juni 2014 werd aangekondigd door Kourtits promotor Henk Scholten.

En waar blijft het oordeel van de integriteitscommissie van de VU die zich vanaf juni 2014 over de fraudebeschuldigingen in het genoemde anonieme rapport heeft gebogen? En waar blijven de rapporten van de commissie-Drenth 2 (vermeend plagiaat in eerste proefschrift Kourtit) en van de commissie-Zwemmer (vermeldingen van bronnen in het volledige werk van Nijkamp)?

 

Het formaat van Peter Nijkamp

Gisteren ontvingen de medewerkers van de afdeling Ruimtelijke Economie van de Vrije Universiteit een apetrots persbericht van de afdelingssecretaresse. Ze stuurde het in cc ook naar rector magnificus Frank van der Duyn Schouten en voorzitter van het College van Bestuur Jaap Winter. Het heuglijke nieuws waar zelfs deze notabelen van op de hoogte moesten worden gesteld was dat hoogleraar Ruimtelijke Economie Peter Nijkamp een eredoctoraat had gekregen van een Poolse Universiteit:

OPNIEUW EEN EREDOCTORAAT VOOR PETER NIJKAMP

De glanzende carriere van VU topeconoom Peter Nijkamp is op maandag 19 januari jl. nog eens extra bevestigd door de toekenning van een eredoctoraat door de gerenommeerde universiteit van Poznan in Polen. Hij kreeg deze hoge onderscheiding voor zijn toonaangevend en baanbrekend onderzoek op het terrein van de regionale economie alsmede voor zijn wereldwijd leidende rol in het mobiliseren van wetenschappers en jonge onderzoekers in een interdisciplinaire context. Hij deelt deze eervolle onderscheiding met beroemde en gezaghebbende personen als Marie Curie, Gunter Grass, Paul Erdos, Javier Solana, Paus Johannes Paulus II, en Al Gore.
Dit eredoctoraat is reeds Nijkamp’s vijfde eredoctoraat. Reeds eerder werd hij benoemd tot doctor honoris causa aan de universiteiten van Brussel, Athene, Bucharest, en Faro.
Nijkamp staat onbetwist op de eerste plaats in de wereldranglijst van zo’n 40.000 economen qua productie van wetenschappelijke bijdragen. Hij behoort – gemeten in termen van citaties – tot de 13 meest invloedrijke economen ter wereld, te midden van vele Nobelprijswinnaars. Deze toppositie is des te opmerkelijker, omdat Nijkamp actief is op een relatief klein en gespecialiseerd onderzoekgebied, de ruimtelijke economie.
Zijn tomeloze werkdrift en zijn alom geroemd organisatievermogen hebben hem tot de absolute topper op zijn vakgebied gemaakt. Zo was hij in staat in het jaar 2014 meer dan 50 artikelen te publiceren, vaak in gerenommeerde internationale tijdschriften.
Het was nieuw voor mij dat Nijkamp qua citaties behoort “tot de 13 meest invloedrijke economen ter wereld, te midden van vele Nobelprijswinnaars”. Het getal 13 kwam mij wel bekend voor, namelijk van deze ranking op de site repec.org. Deze lijst heeft echter geen betrekking op citaties, maar is een gemiddelde van diverse maten. Uit de lijst is eenvoudig af te lezen dat Nijkamp qua citaties helemaal niet zo invloedrijk is, laat staan in één adem genoemd kan worden met Nobelprijswinnaars. Zijn 13de plaats in de overall ranking heeft hij te danken aan zijn grote aantal publicaties. Daarmee is hij inderdaad “onbetwist” nummer één in de wereld. Maar uit het aantal citaties blijkt dat collega’s het niet zo vaak de moeite waard vinden om in voetnoten te verwijzen naar Nijkamps bijdragen aan de wetenschap. Hij staat, afhankelijk van het type citatie-telling, op plekken variërend van 529 tot 2607.
VU-hoogleraar Algemene Economie Pieter Gautier maakte deze zomer in universiteitsweekblad Ad Valvas al duidelijk dat Nijkamp in zijn ogen beslist niet uit Nobelprijshout is gesneden: http://www.advalvas.vu.nl/nieuws/vu-hoogleraar-uit-harde-kritiek-op-werk-peter-nijkamp?page=1
Het persbericht bevat dus pijnlijk misplaatste opschepperij over Nijkamps formaat. Wie heeft het eigenlijk geschreven?
Een woordvoerder van de VU laat desgevraagd weten:
“De inhoud van het bericht waar je naar verwijst is afkomstig van Peter Nijkamp. Het College van Bestuur (en ikzelf) waren niet op de hoogte van de inhoud en/of de verzending van dit bericht. De inhoud ervan is volledig voor rekening van dhr. Nijkamp.”
Nijkamp en de afdelingssecretaresse laten een e-mail met de vraag of het persbericht gerectificeerd gaat worden, vooralsnog onbeantwoord.
PS:
Het Poolse ANP maakt het in een persbericht nog gortiger. Mijn Pools is voor verbetering vatbaar, maar ik meen hierin met hulp van Google Translate te lezen dat Peter Nijkamp op onze planeet behoort tot de 50 meest geciteerde wetenschappers (dus niet alleen economen).

Van Blairgate naar Trouwgate

De affaire rond de wegens verzinsels ontslagen Trouw-redacteur roept herinneringen op aan de Amerikaanse journalist Jayson Blair. Naar aanleiding van (onder meer) die zaak schreef ik in 2003 een groot stuk over liegen voor weekblad Intermediair.

De pdf staat hier: LiegenIMHerpublicatie

De zaak herinnert ook aan de affaire rond Jan Haerynck. Daarover schreef ik in het fantastennummer van misdaadmagazine Koud bloed dit artikel: BroodjeHaerynck

Beroep tegen oordeel over tweede plagiaatklacht in zaak-Kourtit

Bij het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) is beroep aangetekend tegen de bevindingen van de commissie-Drenth 2. Deze commissie heeft een klacht onderzocht van een anonieme klager over vermeend plagiaat in zestien artikelen van VU-econome Karima Kourtit (bij vijftien daarvan is Peter Nijkamp co-auteur). De klacht staat hier op p. 68 e.v. Het College van Bestuur van de VU heeft zich in juni 2014 achter de conclusies van Drenth 2 geschaard.

De Vrije Universiteit wil desgevraagd niet zeggen wie er in beroep is gegaan. Volgens een woordvoerster kunnen alleen klager(s) en/of beklaagde(n) in beroep gaan in dit soort zaken.

De anonieme klager laat weten door de VU niet op de hoogte te zijn gesteld van de inhoud van het advies van de commissie-Drenth 2. NN zegt daardoor ook geen beroep te hebben kunnen overwegen. Volgens de klachtenregeling die gold bij het indienen van de klacht in november 2013 behoren klager en beklaagde beiden te worden geïnformeerd. Op 1 juli 2014 heeft de VU een nieuw reglement ingevoerd waarbij anoniem klagen niet meer mogelijk is.

De VU zal pas na afloop van de beroepsprocedure bij het LOWI definitief besluiten of de plagiaatklacht gegrond is. Dan zal ook een samenvatting van het advies van Drenth 2 verschijnen op de website van de VSNU.

LOWI schept verwarring over plagiaatregels

Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) heeft met een afgelopen vrijdag gepubliceerd advies grote verwarring gecreëerd over de regels voor plagiaat. Het betreft een door een UHD van de Universiteit van Amsterdam aangespannen zaak tegen een directe collega, een bijzonder hoogleraar. Haar klacht over (onder meer) plagiaat werd eerder ongegrond verklaard in een advies van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de UvA. Plagiaat geldt als een schending van wetenschappelijke integriteit, daar zijn CWI en LOWI het over eens. Maar volgens bovengenoemde adviezen is in dit geval geen sprake van plagiaat en dus van schending van wetenschappelijke integriteit, maar van “ontbreken van genoegzame bronvermelding” en van “(verwijtbaar) onzorgvuldig handelen”. Wel krijgt de bewuste hoogleraar ingepeperd dat hij geen flauw benul heeft van auteursrecht. Beide organen adviseren de hoogleraar streng te onderhouden over zijn incompetentie op het terrein van deugdelijke bronvermelding en auteursrecht. Pas als hij daarna nogmaals zondigt is er sprake van schending van wetenschappelijke integriteit, menen CWI en LOWI.

Hier wringt iets. Want had deze hoogleraar, die studenten doceert, dit normbesef niet allang moeten bezitten? In de Regeling Fraude en Plagiaat Studenten UvA wordt onder plagiaat verstaan:

  1. “Het gebruik maken dan wel overnemen van andermans teksten, gegevens of ideeën zonder volledige en correcte bronvermelding;
  2. het presenteren als eigen werk of eigen gedachten van de structuur dan wel het centrale gedachtegoed uit bronnen van derden, zelfs indien een verwijzing naar andere auteurs is opgenomen;
  3. het niet duidelijk aangeven in de tekst, bijvoorbeeld via aanhalingstekens of een bepaalde vormgeving, dat letterlijke of bijna letterlijke citaten in het werk werden overgenomen, zelfs indien met een correcte bronvermelding;
  4. het parafraseren van de inhoud van andermans teksten zonder voldoende bronverwijzingen.”

UvA-studenten worden, op straffe van forse sancties, geacht zich te houden aan normen die een van hun eigen hoogleraren nog niet geïnternaliseerd lijkt te hebben, getuige de door de klager aangedragen voorbeelden. Bij studenten heet een eend een eend, maar de eend in deze zaak heet “ontbreken van genoegzame bronvermelding”.

Integriteitsschending of niet, het verontrustende aan deze zaak is dat aan de UvA een hoogleraar doceert die zelf nog wat lesjes over bronvermelding en auteursrecht nodig blijkt te hebben.

Het LOWI-advies is ondertekend door vice-voorzitter prof.mr. E.H. Hondius. Voorzitter prof.dr.mr. Kees Schuyt voelde zich om onbekende redenen niet vrij om deze zaak te behandelen. Onder zijn voorzitterschap is een reeks van coherente en heldere adviezen over plagiaat tot stand gekomen. Schuyt neemt per 1 januari afscheid als LOWI-voorzitter, maar werd hier al node gemist.

Deze zaak maakt (nogmaals) duidelijk dat de universiteiten in VSNU-verband explicietere regels zouden moeten formuleren over bronvermeldingen en sancties bij overtreding van die regels. Nu bestaat er een schimmig gebied tussen “integriteitsschending” en “onzorgvuldigheid”.

UPDATE

Een paper van de hoogleraar blijkt intussen verwijderd van de website waar deze te downloaden was:

Retractie

 

 

 

Nietszeggende beantwoording Kamervragen

Minister Bussenmaker heeft zich met een jantje-van-leiden afgemaakt van Kamervragen over de promotie van Karima Kourtit. “Op grond van de door de Vrije Universiteit verstrekte informatie ben ik van mening dat door betrokkenen zorgvuldig is besloten de promotie doorgang te doen vinden”, schrijft zij vandaag in antwoord op vragen van PVV-Tweede Kamerlid Harm Beertema. Deze ‘informatie’ van de VU is slechts een herhaling van wat allang bekend was, namelijk dat de VU de mogelijke datafraude heeft laten toetsen door de leescommissie. Deze commissie was daar om meerdere redenen ongeschikt voor, onder meer omdat de onafhankelijkheid van de leden niet boven elke twijfel verheven was. Ook heeft de VU nooit duidelijk gemaakt hoe deze commissie de integriteit van de data heeft getoetst. Uit de brief van de minister blijkt niet dat haar ambtenaren daar opheldering over hebben gevraagd. Ook gaat de minister er in de brief aan voorbij dat de VU het eigen reglement wetenschappelijke integriteit heeft geschonden door een deel van de anonieme klacht over mogelijke datafraude niet-ontvankelijk te verklaren zonder inachtneming van de beroepstermijn.

De minister moet nog maar eens een scherpere ambtenaar naar Amsterdam-Buitenveldert sturen, die zich niet door een nietszeggende uitleg in zomerslaap laat sussen.

 

Raad van Toezicht VU in discussie met CvB over zaak-Kourtit/Nijkamp

Chemicus Eduard Klasen nam in de jaren negentig het initiatief voor het opstellen van het eerste academische document over de aanpak van wetenschapsfraude in Nederland. Hij was voorzitter van een werkgroep van NWO, KNAW en VSNU die in 1995 de Notitie inzake Wetenschappelijk Wangedrag publiceerde. Daarin stonden onder meer globale procedures om de beroering rond fraude- en plagiaatgevallen in goede banen te leiden. Klasen was daarna betrokken bij het onderzoek naar de datafraude van neuroloog Gelmers, waarbij hij extra doordrongen raakte van het belang van onberispelijke procedures voor het onderzoeken van integriteitszaken.

Klasen was ook van meet af aan pleitbezorger voor het instellen van een beroepsorgaan, mede ter bescherming van de belangen van klager en beklaagde. Dat is er uiteindelijk gekomen in de vorm van het LOWI.

Tegenwoordig is Klasen vice-voorzitter van de Raad van Toezicht van de Vrije Universiteit/VU Medisch Centrum. Het moet juist hem hebben gestoken dat de Vrije Universiteit in de zaak-Kourtit/Nijkamp de eigen regeling bescherming wetenschappelijke integriteit tot drie maal toe niet heeft gevolgd: de melder is tegen de regels in (zie lid 3) nooit geïnformeerd over het oordeel over zijn eerste twee klachten; een deel van zijn derde klacht is niet-ontvankelijk verklaard zonder de beroepstermijn bij het LOWI in acht te nemen.

De Raad van Toezicht en het College van Bestuur van de VU gaan binnenkort met elkaar in discussie over de zaak, zo blijkt uit een e-mail van rector magnificus Frank van der Duyn Schouten.

 

Vrijdagmiddag-mail voor Ruimtelijk Economen VU

De terugtrekking wegens zelfplagiaat van twee artikelen van Peter Nijkamp en Frank Bruinsma/Karima Kourtit/Peter Nijkamp heeft voor nieuwe opschudding gezorgd binnen de afdeling Ruimtelijke Economie van de Vrije Universiteit. Vanmiddag ontvingen de medewerkers een bericht van afdelingshoofd Erik Verhoef, waarin hij met name ingaat op het artikel met drie auteurs.

“Further analysis, or a voluntary declaration of the author(s) in question, should make clear who is responsible for inclusion of re-used texts in the second of these. Because, although all co-authors are responsible for the contents of joint publications, they should of course also be able to trust that text contributions from colleagues deal with referencing in a correct way. It may take time before things will become clear. We express our moral support in advance for co-author(s) for whom it will become clear that they became involved in this without knowing.”

De oplettende lezer begrijpt aan wie hier steun wordt betuigd.

Derde retractie Nijkamp-artikel was fout redactie

De ene retractie is de andere niet. Het Amerikaanse blog over wetenschapsfraude Retraction Watch ontdekte behalve de twee wegens zelfplagiaat teruggetrokken artikelen van Peter Nijkamp en van Frank Bruinsma/Karima Kourtit/ Peter Nijkamp nog een derde retractie, in International Regional Science Review. De redactie meldt mij dat hier per ongeluk de drukproef was gepubliceerd zonder de door de auteurs Amitrajeet A. Batabyal (Rochester Institute of Technology) en Peter Nijkamp aangegeven correcties. Dat waren er zoveel dat terugtrekking van het gehele artikel beter was dan apart publiceren van deze correcties. Vervolgens is de juiste versie opnieuw gepubliceerd.

Zie verder dit eerdere blog over de opvattingen over zelfplagiaat van directeur onderzoek Joep Cornelissen van de VU-economen, met update van gisteren.

Mysterieus trio van onthuller ‘economenseks’

“Bijna één op de vijftig economen geeft toe weleens seks te hebben geaccepteerd of aangeboden in ruil voor een co-auteurschap van een wetenschappelijk artikel, toegang tot wetenschappelijke gegevens of iemands promotie”, berichtte NRC Handelsblad gisteren. Het artikel is geschreven door Sarah Necker van de Universiteit van Freiburg, zonder co-auteurs.

Hier is iets opmerkelijks aan de hand. De nu in Research Policy gepubliceerde resultaten staan als ‘Work in progress” al sinds februari 2012 online, maar dan van een trio met als eerste auteur Lars Feld (eveneens Universiteit van Freiburg), Necker als tweede auteur, en Bruno Frey (toen Universiteit van Warwick en Universiteit van Zürich). Uit het enquête-onderzoek van Necker blijkt niet onder welke omstandigheden en bij welke wederdiensten auteurs van plek kunnen wisselen of zelfs geheel kunnen verdwijnen.

Mogelijk is er een verband met de persoon van de derde auteur, Bruno Frey. Hij raakte in 2011 verstrikt in een zelfplagiaat-affaire met artikelen over de Titanic, die in de zomer van 2012 leidde tot zijn vertrek uit Zürich. De affaire bracht hem ook op de lijst van zelfplagiaatplegers van de economen-website repec.org.

Necker kan ongetwijfeld uitleggen waarom zij single is overgebleven na dit trio, maar heeft nog niet gereageerd op vragen.

UPDATE

Necker laat weten dat de versie uit 2012 was geaccepteerd voor een presentatie op een congres. “Na de beschuldigingen van zelfplagiaat heeft Bruno Frey zich teruggetrokken uit het project om te voorkomen dat de aantijgingen een belangrijk onderzoeksproject zouden doorkruisen.” Lars Feld kreeg een belangrijke bijbaan waardoor hij onvoldoende tijd had om  input te leveren die een co-auteurschap zou rechtvaardigen.